www » Nieuws » Dossier vakantiewerk » Misverstanden Rondleiding door onze website 19 november 2017   


10 misverstanden over jobstudenten Minimize

VVS stelt vast dat in het debat over jobstudenten en over de periode waarin ze verminderde sociale bijdragen zouden moeten genieten, veel onwaarheden worden verteld. Het gaat om een erg complexe regeling en sommige belangenorganisaties lijken maar wat graag gebruik en misbruik te willen maken van de onduidelijkheden en de verwarring om hun standpunten legitimiteit te verschaffen of kracht bij te zetten. Omdat VVS graag discussieert op basis van feiten, zetten we de 10 meest gehoorde en gelezen misverstanden graag nog eens op een rijtje. En de ware toedracht uiteraard.

  1. Studenten mogen enkel werken tijdens de periodes waarin ze verminderd tarief genieten (vandaag 23 dagen in de zomer en 23 in het jaar, in het voorstel van Vercamer gedurende de drie zomermaanden, in het voorstel van de werkgevers gedurende 400 uren in het jaar…). Dat is manifest onjuist, maar het wordt wel erg vaak zo voorgesteld door de werkgeversorganisaties. Studenten mogen en kunnen ook buiten deze periodes werken, maar betalen dan wel gewoon RSZ-tarief. Omdat de RSZ-korting vooral een verschil maakt voor de werkgever, communiceren heel wat interimkantoren aan studenten dat ze slechts twee keer 23 dagen mogen werken. Maar niets is minder waar. Met de huidige fiscale plafonds moet je trouwens al erg veel werken, ook buiten deze reductieperiodes, om zelf belastingen te moeten gaan betalen. Studenten mogen en kunnen dus zonder problemen werken tijdens het academiejaar!

  2. Een systeem van 400 uren of 50 dagen per jaar is eenvoudiger. Niets is minder waar. Heel wat fouten tegen het huidige systeem, maar ook tegen alternatieven uitgedrukt in één urengrens, zijn net te wijten aan misrekeningen van studenten. Zo weet de doorsnee student niet dat een feestdag wel meetelt voor de berekening van de grens, of worden de gevolgen van overuren niet steeds deftig ingeschat. En de gevolgen bij de overschrijding van de grens zijn er wel degelijk. In de huidige regeling moeten de werkgevers eigenlijk opdraaien voor de verschuldigde sociale bijdragen. Ze proberen dat via schriftelijke verklaringen vaak af te wimpelen op de student. In het voorstel van de Open VLD wordt zelfs de financiële verantwoordelijkheid volledig bij de student gelegd en de werkgever van alle nare gevolgen ontslaan. Het voorstel van Vercamer maakt het tellen van dagen of uren door werkgever of student volledig overbodig. Dat is dus veel eenvoudiger.

  3. Studenten houden veel minder over als ze aan het gewone tarief werken. Dat gaat niet altijd op. De reductietarieven zijn vooral voordelig voor de werkgevers. Die betalen normaal gezien 35% sociale bijdragen, maar in de zomer slechts 5% en tijdens de 23 dagen in het academiejaar slechts 8%. In jobs voor laaggeschoolden (het gros van de studentenjobs dus) kunnen studenten een werkbonus en jobkorting krijgen waardoor ze netto evenveel of zelfs meer overhouden dan wanneer ze aan verminderde RSZ-bijdrage werken.

  4. Studenten die meer werken dan de periodes van verminderd sociaal tarief, verliezen hun kinderbijslag. Ook dat is een vaak gehoord misverstand. Je mag tot 240 uur per kwartaal werken om je kinderbijslag niet te verliezen (dat is halftijds). Voor de zomermaanden geldt er zelfs helemaal geen beperking. Je moet dus al erg veel werken om je kinderbijslag te verliezen. De huidige regeling met de 23 dagen in de zomer en de 23 dagen tijdens het academiejaar, heeft dus niets van doen met het recht op kinderbijslag. Studenten die dus ook buiten de reductieperiodes werken, riskeren helemaal hun kinderbijslag niet te verliezen, tenzij ze meer dan halftijds werken.

  5. Studenten die meer werken dan de periodes van verminderd sociaal tarief, zijn niet langer ten laste. Ook dat is manifest onjuist. Om ten laste te blijven van je ouders, moet je vooral in de gaten houden hoeveel je op jaarbasis verdient. Dat heeft dus niets te maken met de periodes waarin je werkt. De berekening om te kijken of je nog ten laste kan blijven is wel erg complex. Hier kijkt men naar de nettobestaansmiddelen en niet naar het netto belastbaar inkomen. De grenzen zijn ook andere dan deze waarboven je zelf belastingen moet betalen. Dat is allemaal erg complex. Een grens en één berekening voor beide zou al veel gemakkelijker zijn. Of gewoon, zoals Vercamer voorstelt, de afschaffing ervan. Maar op zich hebben de twee periodes van 23 dagen niets te maken met de ten laste regeling. Als jobstudent geniet je nog het bijkomende voordeel dat de eerste 2200 euro inkomsten niet als bestaansmiddelen mogen worden beschouwd. Je moet dus al erg veel werken buiten de reductieperiodes om niet langer ten laste te kunnen blijven van je ouders.

  6. Studenten die meer werken dan de periodes van verminderingstarieven, moeten zelf belastingen gaan betalen. Ook dat klopt niet. Voor de inkomensgrenzen waarboven je zelf belastingen moet betalen, maakt het niet uit wanneer de arbeid precies is gepresteerd, of het nu binnen de 23 dagen in de zomer of het academiejaar of erbuiten was. Wat telt is hoeveel je hebt verdiend. Om zelf belastingsplichtig te worden mag je heel wat verdienen. De belastingvrije som zal bovendien in de toekomst nog worden opgetrokken.

  7. Werkstudenten zijn benadeeld zonder verminderingstarieven tijdens het academiejaar. Ook dat is de waarheid geweld aandoen. Studenten die het hele jaar door moeten werken, worden net gediscrimineerd in de huidige regeling. Ze zijn immers duurder en dus minder aantrekkelijk voor de werkgevers dan hun medestudenten die wel nog aan verminderingstarief kunnen werken. Verminderingstarieven tijdens het academiejaar zijn dus nadelig voor werkstudenten. Ze komen minder gemakkelijk aan de bak. En vermits deze studenten doorgaans het hele jaar door bij dezelfde werkgever werken (bijvoorbeeld in het weekend), komen ze zelf niet eens in aanmerking voor de verminderingstarieven! De ware toedracht is dat werkstudenten in de huidige regeling en in elke andere regeling die kortingen organiseert tijdens het academiejaar, worden gediscrimineerd.

  8. Uitbreiding van de periodes met verminderingstarieven zorgt voor de afname van zwartwerk. Onderzoek toont aan dat het zwartwerk van studenten na de invoering in 2004 van de regeling van twee keer 23 dagen, helemaal niet is afgenomen. Integendeel. Zwartwerk blijkt dus veel complexer dan de werkgevers het voorstellen. Zwart werk bestrijden vergt meer inspanningen dan simplistische en populistische remedies. Het is niettemin noodzakelijk dat studenten

  9. Studenten werken om hun gsm en verre reizen te kunnen betalen. Er zijn allicht studenten die vooral willen werken om luxeproceduren of bezigheden te kunnen bekostigen. Maar er zijn er ook een heleboel anderen en die groep groeit. Volgens een studie van Federgon Uitzendarbeid naar het profiel van de jobstudenten blijkt dat de helft werkt om zijn studies te betalen of in zijn levensonderhoud te voorzien. Dat kan niet verwonderen aangezien het huidige studiebeurzenstelsel schromelijk tekort schiet. Slechts één op vier studenten geniet een studiebeurs. Vele andere behoeftige studenten, worden te rijk bevonden voor een beurs. Wie wel beursgerechtigd is, moet dan weer vaststellen dat de bedragen absoluut tekort schieten om de huidige studiekosten te betalen. Voor hogeschoolstudenten op kot dekken ze nog geen 75% van de volledige studiekost in 1998. Ook het aantal leefloonstudenten dat moet beroep doen om het OCMW blijft maar stijgen.

  10. Studenten zijn niet geïnteresseerd in het opbouwen van sociale rechten. Studenten liggen nog niet wakker van hun pensioenrechten, dat klopt. Maar pas afgestudeerden stellen zich wel vragen over hun recht op vakantiegeld en over hun wachttijd. Studenten in financieel kwetsbare situaties, die tijdens hun studies veel en regelmatig hebben gewerkt, tijdens en buiten het academiejaar, zien wel degelijk het nut in van het opbouwen van sociale rechten. Deze studenten zouden erg veel baat hebben bij vermindering van hun wachttijd voor alle dagen die ze tijdens hun studies hebben gepresteerd. Op die manier vermindert immers de financiële onzekerheid na het afstuderen. Veel pas afgestudeerden beklagen het zich ook erg dat ze geen wettelijk verlof genieten.

Opgesteld door het VVS (Vlaamse vereniging voor studenten): www.vvs.ac


Snellinks Minimize


   Copyright Studiant vzw © 1995-2010   
 
Ga verder naar de Studiant site