vzw » Ondersteuning » Overlast » Wetgeving Rondleiding door onze website 22 juli 2018   


Nationale Wetgeving Minimize

Koninklijk Besluit van 24/02/1977
houdende vaststellingen van geluidsnormen voor muziek
in openbare en private inrichtingen. (B.S. 26/04/1977)
DIT BESLUIT IS DAG EN NACHT STRAFBAAR

Artikel 1

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° muziek; alle vormen van muziekemissie ELECTRONISCH VERSTERKT en voortkomend van blijvende of tijdelijke geluidsbronnen.
2° Openbare inrichtingen: alle inrichtingen alsmede hun aanhorigheden, die al dan niet tegen betaling, voor het publiek toegankelijk zijn, ook al is de toegang tot bepaalde categorieën van personen beperkt, zoals danszalen, concertzalen, discotheken, privéclubs, winkels, restaurants, drankgelegenheden, met inbegrip van die welke in open lucht gelegen zijn.
3° Private inrichtingen: woningen en hun aanhorigheden en tuinen, en in het algemeen, alle plaatsen welke niet voor het publiek toegankelijk zijn.
4° Buurt: alle in de onmiddellijke omgeving gelegen lokalen of gebouwen, waarin zich personen bevinden.
5° Achtergrondsgeluidniveau: minimum geluidsniveau, gemeten over een periode van 5 minuten, bij uitschakelijk van de onder 1° bedoelde geluidsbronnen in de onder é° en "° bedoelde inrichtingen.

Artikel 2

In OPENBARE INRICHTINGEN mag het maximum geluidsniveau voortgebracht door de muziek 90 dB(A) niet overschrijden. Dit geluidsniveau wordt gemeten op gelijk welke plaats in de inrichting waar zich in normale omstandigheden personen kunnen bevinden.

Artikel 3

De openbare en private inrichtingen waar muziek geproduceerd wordt, moeten zo ingericht zijn dat het geluidsniveau gemeten in de buurt:
1° niet hoger is dan 5 dB(a) boven het achtergrondsgeluidniveau, indien dit lager is dan 30 dB(A).
2° niet hoger is dan 35 dB(A) indien het achtergrondsgeluidniveau ligt tussen 30 en 35 dB(A).
3° niet hoger is dan het achtrgrondsgeluidnieveau indien dit hoger is dan 35 dB(A)
Dit geluidsniveau wordt gemeten in het lokaal of gebouw, met gesloten deuren en vensters. De mikrofoon wordt geplaatst op minstens 1 meter afstand van de muren en op een hoogte van 1,20 meter boven de vloer.

Artikel 4

Het geluidsniveau in dB(A) wordt gemeten met een geluidsmeter, die minstens voldoet aan de nauwkeurigheidseisen bepaald in de Belgische norm NBN 576.80, met instelling van de "trage" dynamische karakteristiek.
Voor elke meting of reeks van metingen met betrekking tot een zelfde geluidsbron wordt de geluidsmeter afgesteld met behulp van een akoestische ijkbron.

Bijzondere Strafwetgeving: Kaderwet 18.07.1973
betreffende de bestrijding van de geluidshinder (B.S. 14.09.1973)
in openbare en private inrichtingen. (B.S. 26/04/1977)

Artikel 9

§ 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie wordt overtreding van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten opgespoord en vastgesteld door de ambtenaren die de Koning aanwijst om toe te zien dat de wet en de besluiten tot uitvoering ervan worden toegepast. De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht, zolang het tegendeel niet bewezen is, voor de feiten die erin worden vastgesteld, niet alleen in de vorm van gegevens bekomen met behulp van meettoestellen vermeld in artikel 7, maar ook die bekomen door elk ander rechtsmiddel. Een afschrift van de processen-verbaal wordt binnen zeven dagen na de vaststelling aan de overtreders betekend.

§ 2. De overeenkomstig dit artikel aangewezen ambtenaren mogen dag en nacht alle inrichtingen betreden wanneer zij op goede grond kunnen aannemen dat er overtreding van de wet of de besluiten betreffende de bestrijding van de geluidshinder wordt gepleegd, met uitzondering evenwel van de tot woning dienende vertrekken. Indien er voldoende aanwijzingen voorhanden zijn om aan te nemen dat de oorzaak van het lawaai zich in tot woning dienende vertrekken bevindt, kunnen twee ambtenaren, met een gemotiveerd verlof van de rechter in de politierechtbank, tussen 5 en 21 uur een huiszoeking verrichten.

Artikel 10

De overeenkomstig artikel 9, § 1, aangewezen ambtenaren kunnen de inrichtingen en toestellen, die lawaai kunnen veroorzaken of die bestemd zijn om het lawaai te dempen, op te slorpen of de hinder ervan te verhelpen, in aanwezigheid van belanghebbende of deze behoorlijk opgeroepen, beproeven of doen beproeven door de personen, door de openbare of privé-laboratoria of -inrichtingen, welke krachtens artikel 7 daartoe zijn erkend. Die ambtenaren kunnen het gebruik van inrichtingen en toestellen, die wegens hun bouw of eigenschappen niet conform de besluiten tot uitvoering van deze wet kunnen werken, voorlopig verbieden, die inrichtingen en toestellen verzegelen en daaromtrent alle spoedmaatregelen nemen die in de gegeven omstandigheden noodzakelijk blijken in het belang van de bevolking en van de gezondheid. Die maatregelen hebben na verloop van acht dagen geen uitwerking meer als ze binnen die termijn, de gebruikers vooraf gehoord of opgeroepen, niet bekrachtigd zijn door de ambtenaar die de leiding heeft over het bestuur waarvan de ambtenaar die de maatregelen heeft genomen, deel uitmaakt. De beslissingen, waarbij de maatregel bekrachtigd wordt, worden onverwijld per aangetekend stuk betekend aan de gebruikers van de inrichtingen en toestellen. Tegen de beslissingen tot bekrachtiging kan door ieder belanghebbende beroep worden ingesteld bij de Koning. De Koning stelt de regels vast van dit beroep, dat niet opschortend is. Die ambtenaren kunnen bij het vervullen van hun opdracht de hulp inroepen van de gemeenteoverheid.

Artikel 11

Onverminderd de toepassing van de in het strafwetboek gestelde straffen, wordt met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met een geldboete van zesentwintig tot vijfduizend frank of met één van die straffen alleen gestraft:
1° Hij die inrichtingen of toestellen onder zich heeft welke wegens nalatigheid of gebrek aan vooruitzicht van zijnentwege aan de oorsprong liggen van een door de koning verboden lawaai. (In dit geval elektronisch versterkte muziek)
2° Hij die de bepalingen van de ter uitvoering van deze wet vastgestelde koninklijke besluiten overtreedt.
De straffen kunnen en de minimumstraffen zullen in elk geal worden verdubbeld als hij die wegens overtreding van de bepalingen van dit artikel is veroordeeld, binnen de twee jaar die veroordeling, deze bepalingen opnieuw overtreedt.

GELDBOETE TE VERMENIGVULDIGEN MET 200 VANAF 1 JANUARI 1995 !!!

Strafwetboek

Artikel 561

Zij die zich schuldig maken aan nachtgerucht of nachtrumoer waardoor de rust van de bewoners kan worden verstoord worden gestraft met:
geldboete van 10 fr. tot 20 fr. en met gevangenisstraf van 1 dag tot 5 dagen of met één van die straffen alleen.



   Copyright Studiant vzw © 1995-2010   
 
Ga verder naar de Studiant site